Wanneer je in de context van vogels een ‘covey’ hoort, verwijst dit specifiek naar een kleine, hechte groep kwartels. De term wordt veel gebruikt door jagers, vogelaars en natuuronderzoekers, en heeft een duidelijk evolutionair doel.
Een baai is een verzamelnaam – een overeengekomen woord dat een specifieke groep dieren beschrijft. In het geval van kwartel komt het woord uit het Oudfrans covey , wat een broedsel of kudde betekent. Historisch gezien hebben kwartels deze formatie gebruikt om hun overlevingskansen te vergroten.
In zowel de Nieuwe als de Oude Wereld verzamelen de meeste kwartelsoorten zich tijdens het niet-broedseizoen in groepen:
In alle gevallen bestaan coveys uit meerdere volwassenen en hun nakomelingen uit hetzelfde broedseizoen, en ze zijn vooral zichtbaar in de winter, wanneer de vogels veiligheid en warmte zoeken.
Kwartels zijn landdieren en rennen liever dan vliegen. De routine van een covey omvat doorgaans:
Vroege ochtendoproepen (vaak beschreven als een hoog, "bob-wit" fluitje) geven de aanwezigheid van de groep in open velden aan.
Wonen in een covey geeft kwartels meerdere voordelen:
Hoewel ‘covey’ de meest voorkomende term is, bestaan er enkele variaties:
Het gebruik van precieze verzamelwoorden helpt wetenschappers en vogelliefhebbers gedrag nauwkeurig te beschrijven. In tegenstelling tot een ‘kudde’, wat een losse, vaak in de lucht gestationeerde groep impliceert, duidt een covey op een compacte, op de grond gebaseerde formatie.
Voor meer diepgaande informatie raadpleegt u bronnen zoals de Audubon Society of het Cornell Lab of Ornithology .